Titel
316

De Noodkist en het borstbeeld

Om de zoveel jaar moet de Noodkist door een expert gecontroleerd worden. Kijken of alles nog vast zit en of er slijtage is. Niet om het meteen te verhelpen, dat kan bij de volgende ‘grote beurt’, maar om het in kaart te brengen.

Daarvoor moest de kist uit de glazen vitrine. In z’n blootje, als het ware. Voor de fotograaf heel fijn, want zo heb je geen last van reflecties of schitteringen. En dan valt ook extra op dat er aardig veel kleur in zit.

De conservator gebruikte latex handschoenen en een lampje. Dat lampje liet alle kleuren zien zoals ze zijn. Stukje voor stukje bekijken, bevoelen en de bevindingen noteren. Er moest een kristallen kraal in de bovenrand teruggeplaatst worden en dat ging heel voorzichtig. De kraal op z’n plek houden en dan een staafje met pijnappel er doorheen. Wat is het toch bijzonder om die kist en de versiering van zo dichtbij te kunnen bekijken.

De kist is gemaakt in de 12de eeuw in romaanse stijl. De buitenkant is van verguld koper. Dat is aangebracht op een eikenhouten kist met zadeldak. De kist is uitbundig versierd met smeedwerk, emaille, bergkristallen en edelstenen. In de reliëfs zien we Jezus, de apostelen, engelen en bisschoppen, allemaal met blote voeten. Op de kopse kant zien we Sint-Servaas met twee engelen naast zich. De linker hield de bisschopsstaf vast, maar die is verloren gegaan. De rechter houdt een boek op met een bijbeltekst. De hele kist is een voorstelling van het laatste oordeel in stripvorm.

Als je de foto’s bekijkt, zie je de rijkdom van de gebruikte materialen en het niveau van de edelsmeedkunst uit die periode.

De kist staat op een verrijdbaar onderstel. Van onderaf is de bodem van de kist zichtbaar. Die zit met schuifjes vast. Als je de schuifjes losmaakt, komt de bodem los en kan eruit gehaald worden. Op die bodem liggen lange en kortere rollen stof met daarin verschillende relieken. De Noodkist is dus eigenlijk een reliekschrijn.

Ook de reliekbuste van Sint-Servaas moest onderzocht worden. En dus moest de glazen deur van de vitrine open en werd hij naar buiten gereden. Dan kun je mooi foto’s maken zonder glas ertussen.

De buste zelf is van rond 1580 en bevat delen van een oudere buste. Het voetstuk is uit 1908, maar de plaquettes met afbeeldingen zijn kopieën, de originele zijn in Hamburg. Ze beelden het leven van Servaas uit. Op de foto zien we hem rusten toen hij onderweg was van Tongeren naar Maastricht. Het was een warme dag, er komt een adelaar aangevlogen die hem met zijn vleugels zal beschermen tegen de felle zon.

Het voetstuk staat op acht pootjes: gevleugelde draakjes met gekrulde staarten in onderdanige houding. Symbolisch voor de onderwerping van het kwaad.

En op de laatste foto is de conservator bezig met het onderzoek, controleren of alles nog vast zit. Daar was een probleempje, daarover morgen meer.

Tijdens het onderzoek naar de staat van de gezondheid van Servaas, bleek dat de mijter niet goed vast zat. Aangezien het borstbeeld vaker meegedragen wordt in processies, is het zeer noodzakelijk dat het beeld solide in elkaar zit. Hier moest wat hersteld worden en men besloot dat meteen te doen: de mijter moest er af.

Je kunt wel zien dat het uiterst voorzichtig gebeurde. En natuurlijk moest de mijter even op de foto. We zien de typische mijtervorm, een afgeronde vijfhoekige vorm met een omgekeerde T. De banden zijn versierd en bezet met gekleurde stenen. De linten aan beide zijden heten infulae. De onderste stukken zitten in transparante kunststof. Tijdens processies schuurden ze steeds langs de schouders waardoor slijtage ontstond.

En dan is de sint ineens mijterloos. We zien z’n kruin en op de plaats waar normaal de tonsuur zit, is hier een rond stuk glas als een kijkvenster. Daaronder zit het dak van de schedel. Het is immers een reliekhouder.

De sacristie van de Sint-Servaasbasiliek

Wie de kerk vanaf het Keizer Karelplein binnengaat, ziet voor zich de kloostergang die ook de lange gaank wordt genoemd. Rechts ligt de Sint-Servaaskapel. Maar verderop, achter het hek en niet toegankelijk, ligt de ingang van de sacristie. Wie door het Sint-Servaasklooster loopt, de straat achter de basiliek, ziet de sacristie aan de buitenkant: de lage bouw met de rij gotische ramen achter een hek.

De sacristie is neogotisch ingericht, à la Cuypers. Met muurschilderingen met herhalende sjabloonpatronen en gevleugelde engelen die banieren met tekst ophouden. De tongewelf bestaat uit houten planken beschilderd met iconische voorstellingen in vierpassen en medaillons met daartussen loofwerk, ranken met bloemen en bladeren.

De glas-in-loodramen hebben ook de typisch 19de eeuwse decoraties. In de supraporte, de ruimte boven de deur, zien we een gekruisigde Jezus, de zon en de maan en twee wapenschilden. Vermoedelijk van kerkelijke hoogwaardigheidsbekleders van adel. Naast de deur staan wat flambouwen. En het fraaie smeedijzeren hek dat de sacristie afsluit van de kloostergang.