
Na een renovatie van enkele maanden is het Dinghuis weer helemaal bij de tijd. Wethouder Niels Peeters gaf de sleutel van het gebouw terug aan Leontien Mees, directeur van Maastricht Marketing, de gebruikers van het gebouw. Ik was er om wat foto’s te maken voor Maastricht in Beeld, #mib62. Morgen het eerste deel van de reportage.
Het Dinghuis is vernieuwd. Het heeft de afgelopen maanden in de steigers gestaan, nu is het klaar. Wat meteen opvalt zijn het torentje en het dak. Wat zien ze er ongelooflijk strak uit. Ook de pronkgevel is aangepakt. De halfronde bogen boven de vensters zijn vooral ongeverfd en zo steekt het traceerwerk goed af tegen de rode achtergrond. Schitterend.
Het was ooit een gebouw voor gedingen, rechtszaken, vandaar de naam Dinghuis. Eigenlijk is het gebouw een framewerk van zware houten balken die zijn opgevuld met steen. Het houtwerk is nog in uitstekende staat, men heeft er tijdens de werkzaamheden niets aan hoeven doen.
Het straatnaambordje is opgeknapt. Niet alleen gepoetst, ook gerepareerd. Het is van tin en met wat strijklicht blinkt het in de zon.
Boven de dubbele trap, op het bordes, is deze deur met fraai slot. Men heeft er echt aandacht aan besteed. De V-vorm is een sleutelvanger. Handig voor in het donker. Laat de sleutel in de V zakken en vanzelf komt die uit in het sleutelgat. Nooit meer zoeken.
Op de bel-etage, de verdieping bovenaan de dubbele trap, is deze schouw. De zwarte tegels zijn mooi versierd. Sommige figuratief, andere met beeltenissen van mensen, dieren en wapenschilden. En daarboven dit reliëf van een gekroonde vrouw met kind: Maria, Koningin van de Hemel en de Aarde.
We zien aan de voorkant het uurwerk. Letterlijk uurwerk, want de enkele wijzer geeft alleen de uren aan. Wie nauwkeurig kijkt, ziet de tijd op het kwartier nauwkeurig. Binnen is het uurwerk, het zit in een plexiglas kast. Een lange as loopt naar de fronton in de voorgevel en drijft daar de laatste tandwielen aan. De witte pijl laat zien hoe laat het is. Het uurwerk is opgeknapt door Eijsbouts klokken in Asten. Ook zijn de wijzer en de wijzerplaat opnieuw verguld.
We kunnen nog verder omhoog. Het gebouw heeft negen etages, we gaan naar de hoogste. Dat is de dakruiter, het torentje midden op het dak. We zien de houtconstructie die er onder zit. Via steile ladders komen we in het zeskante wachthuisje. Het was een uitkijkpost. Als er brand of ander onraad was, moest men een bel luiden. Het uitzicht is er schitterend.
Het had weinig gescheeld of de toren was verloren gegaan. Neergestort in een storm. De ijzeren constructie was flink weggeroest en er zat nauwelijks nog verband in de constructie. De vierkante plaat en andere constructiedelen zijn nu van roestvrij staal.
Onderweg terug de ladder af, raakte ik een staalkabel. Boven me luidde die bel. Heet het gebouw daarom dinghuis?