DSCF4650
298

De Antonius van Paduakerk

Zie ook Magazines

Ik was er vorige week in verband met de presentatie over de toekomst van Maastrichtse kerken. Het is een kerk met een opvallende toren, omdat die aan een groot en nogal leeg plein ligt. Onderin de toren is de ingang.

We lopen door het schip naar het hoogkoor zodat we het hoofdaltaar goed kunnen bekijken. Het is 19de eeuwse neobarok. Het bestaat uit het onderste deel met tabernakel met kruis, het komt uit een kerk in Amsterdam. En daarop een baldakijn op zes gemarmerde Korinthische zuilen. Op de halfronde kroon twee knielende en biddende engelen. Daartussen een stralenkrans met wolken waarop engelen. Helemaal boven een vrouwenfiguur met kruis en kelk. Dat deel komt uit de oude parochiekerk in Berg en Terblijt. Wat kon men in de (neo)barok toch prachtige theatrale voorstellingen maken. Kijk eens naar die overweldigende stralenkrans. Ondanks de verschillende herkomst is het een mooi ensemble. En dat (neo)barokke element vormt een prachtige aanvulling op het verder sobere interieur.

Links naast het hoogkoor is de doopkapel. Daar staat het granieten vont met deksel. Ruw aan de buitenkant, bovenop en binnenin gepolijst. Er zit een metalen profiel omheen met aan vier zijden een rococo versiering. Een merkwaardig contrast, de ruwe steen en fijne rocailles. In het midden zit een duif. Je moet goed kijken want die versiering valt haast niet op.

Wat wel opvalt is de kleurrijke Maria aan de muur. Ze is omgeven door vier cherubijntjes. En zelf staat ze in een stralenkrans. Ze heeft een kroon, haar kind op de arm en een staf in haar hand. Onder haar linker voet zien we een sikkel van de maan. En dat is precies de uitbeelding: Maria op de maansikkel. Zou het woord sikkel van cyclus komen?

Onder het beeld een console met twee engelen, een wakende en een slapende. Het suggereert alertheid: er ontgaat ons nooit iets…

Rechts naast het hoofdaltaar staat dit houten altaarkruis uit het midden van de 18de eeuw. Het is afkomstig uit de Sint-Gertrudiskerk in Sint-Geertruid. De armen eindigen in schelpvormen, rocailles. Onderaan het kruis is een voet met een reliëfafbeelding: het doek waarmee Veronica Jezus’ gelaat depte. Dat alles staat op een houten kastje met aan weerszijden voluten met engelen. In het midden een paneel met randversiering. We zien in de hoeken acanthusbladeren en een kopje. De lijst bevat verder een versiering van loofwerk met een boog op twee kapiteeltjes.

Aan de andere kant van de kerk hangt een vijfluik: vier evangelisten en Jezus, alle geschilderd in grisaille met dezelfde omlijsting. Deze zijn geschilderd in zilver en goud. Of ze met elkaar te maken hebben..?

De randversiering gaat terug tot de 17de eeuw en komt ook in het VK voor. Op de laatste foto die in de kerk van St Beuno, Penmorfa in Wales, ik kwam die toevallig tegen. Gemaakt rond 1900. Hoewel die niet precies hetzelfde is, is het toch wonderlijk.

Wie meer wil zien van de kerk, magazine 81 is klaar: https://pjscheele.nl/magazines/