De Onze Lieve Vrouwebasiliek, de Romeinse kelder. Op de plattegrond zien we in rood de muren en de torens van het Romeinse castellum. En in wit en geel de OLV-basiliek. We zien dat er een toren op de plaats van de fietsenstalling staat en een naast het wachthuisje in de Stokstraat. En er staat er een in het gebouw, in de pandhof. Daar staat ook een kaartje en beschrijving bij.
Natuurlijk is er meer aan Romeinse resten, want de kerk is er gewoon overheen gebouwd. Er is een ondergrondse ruimte. We zien muren en een gemetselde boog. Daar is ook een gemetselde trap.
En dan kom je uit in een gewelf. Het is een Romeinse kelder, volledig intact. Die werd gevonden in 1902, bij de bouw van de parochieschool.
Het westwerk. Het is de kant aan het Onze Lieve Vrouweplein, de markante romaanse gevel met de twee torentjes. We zien drie vlaggen. De blauwe vlag met gele ster is van de OLV-basiliek, de wit-gele is de pauselijke vlag en de rode met witte ster is de vlag van Maastricht.
Als de vlaggen niet buitenhangen, liggen ze opgerold om de mast klaar om uitgestoken te worden. Nog een paar verdiepingen hoger hangen de klokken. Een elektromotor drijft het wiel aan waarmee de klokken geluid worden. Iets verder naar achteren zien we een constructie voor het uurwerk.
En we kijken door een raam naar buiten. Dat raam zit in de wijzerplaat. Die zien we aan de onderkant, een gebogen ring met daarop de Romeinse cijfers. En daarboven zien we de wijzers, ze staan op tien voor half twaalf.
In en om de sacristie.
In de linkerdeur staat Nomen Episcopi en dat betekent de naam van de bisschop. Daaronder staat Harrie.
Verder een stel flambouwen.
Dan een bord met vakjes. Daarin stonden de namen van de leden van het koor. Er zit voor ieder vakje een schuifje. Zo kon men laten zien of men aan- of afwezig was.
Een blik is de Sint-Annakapel.
De oostkant. We kijken naar de oostkant van de basiliek en we zien de apsis. Daarvoor ligt het hoogkoor met het altaar. Daarachter een kooromgang achter de zwarte pilaren. Daarboven is er nog een en daar boven een prachtige plafondschildering is blauw en goud. De schildering is neoromaans, uit de 19de eeuw.
Onder de apsis ligt een crypte, we zien romaanse gewelven. Dit deel is uit de 11de-12de eeuw. De crypte ligt deels boven de grond, we zien de halfronde ramen met glas-in-lood van Daan Wiltschut, gemaakt in 1987. Daar is ook te zien hoe dik de muren zijn. En hier liggen de resten van Elisabeth Strouven, ze is herbegraven op 23 oktober 2021.
Dan de tweede kooromgang op de eerste verdieping. De zwarte zuilen met vergulde kapitelen zijn prachtig. Maar de zuilen zijn in Cuypers tijd zwart geschilderd en de kapitelen zijn verguld. Het bladgoud zit er zo stevig op, dat het niet mogelijk is om het te verwijderen. We kunnen dus niet zien of er kleur onder zit.
Dan komen we tussen de koepel met de plafondschildering en het dak. Daar is een raampje waardoor we richting Het Bat, de Maas en Wyck kunnen kijken. Binnenkort meer over de kapconstructie.
Tussen gewelf en kap. Om boven te kunnen komen, moest ik door de Sint-Barbaratoren. Dat is de zuidelijke van de twee, de noordelijke heet Sint-Joseftoren. We kijken tegen de binnenkant van de spits. In de 17de eeuw was de Barbaratoren een stuk hoger. Het is lang de bewaarplaats geweest voor belangrijke stukken als aktes, maten en gewichten. Als die bewaakt werden door Sint-Barbara, kon er niets mee gebeuren, dacht men.
Dan zien we de balkenconstructies van de kap. Zwaar en dik eikenhout, het is na al die eeuwen nog in prima staat. Er staan merktekens op: op beide balken zien we VII (al is de onderste wat moeilijk te zien). Ze zijn ooit beneden op maat gemaakt en hierboven in elkaar gezet.
De afgelopen maanden heeft de kerk een nieuw leien dak gekregen. De platen werden beneden gesorteerd op drie diktes. De dikste werden onderaan het dak gebruikt, de dunste bovenaan. De leidekkers hebben wat spullen laten liggen. Maar het dak kan weer een eeuw mee.
Dan zijn er twee foto’s gemaakt tussen het gewelf en de kap. Die met het lange looppad is van boven het schip. Van de apsis tot het orgel. De andere, met de ramen aan het eind is van boven het noordtransept.
Het interieur. Veel mensen vinden de Onze Lieve Vrouwe zo mooi omdat het binnen zo donker is, het ziet er zo mystiek uit. Het is niet altijd zo donker geweest. Dat laat de tekening van Philippe van Gulpen zien. Prachtig wit gestucte muren, pilaren en plafond, grote glas-in-loodramen met wit glas. Ook waren er minder kerkbanken, de ruimte lijkt bijna eindeloos. De tekening is trouwens een soort fish eye weergave. Hij maakte de tekening rond 1850.
En toen kwam Pierre Cuypers. Eind 1800, begin 1900 werd de kerk grootscheeps gerestaureerd. Ramen werden verkleind en voorzien van donker gekleurd glas, stucwerk verwijderd waardoor de donkergrijze steen zichtbaar werd, afijn, het resultaat is duidelijk. En bedenk dan dat er heel wat licht komt van grote lampen. Bij kaarslicht zou men tastend op het geloof naar buiten moeten.
De Schatkamer. Ik was in de Schatkamer en hoewel die nog niet zo groot is als die van de Sint-Servaas, is er veel te zien. Dat woordje nog staat er opzettelijk, want de huidige Schatkamer zal uitgebreid worden met tal van objecten uit het klooster van de Zusters Onder de Bogen.
Er zijn twee kleurige 19de eeuwse beelden van engelen met reliekhouder. U ziet er hier een van. En een prachtige houten Anna te Drieën: de heilige Anna, de moeder van Maria, Maria zelf en kleinzoon Jezus. Anna heeft een vrucht in haar hand. 14de of 15de eeuws.
Dan een houten bakje om aan het eind van de mis geld op te halen, de collecte. Let op het Alziend Oog, zo voelde de gelovige zich wel verplicht om te doneren.
Verder prachtige stoffen van paramenten, kerkelijke gewaden. Denk aan alben (witte lange onderkleding), kazuifels, stola’s, toga’s enzovoort. Hier zien we prachtig borduurwerk van een 16de eeuwse koormantel.
Tot slot een prachtige Sinte-Barbara is schitterend strijklicht. Dit beeld hangt in het noordelijk transept, links van het hoogkoor.