275
Biechtstoelen van de Sint-Servaas
Het morele kompas van de katholieke gelovige werd zeer regelmatig geijkt door de biecht. Die was verplicht en er hoorde een gewetensonderzoek en zondebesef aan vooraf te gaan. Dan moest de biechteling aan een biechtvader (meestal een priester) bekennen hoe hij had gezondigd. Het biechten gebeurde in een biechtstoel die in de kerk stond. Het was een kast die bestond uit twee of drie delen. In een deel zat de biechtvader en in de andere knielde de zondaar. Er waren gordijnen waardoor men elkaar niet kon zien, de biecht was anoniem en geheim.
Na het aanhoren van de biecht, bepaalde de biechtvader de sanctie. Die kon liggen tussen een weesgegroetje of een rozenhoedje (een litanie aan gebeden, de hele rozenkrans) bij kleine zondes. Of bij grote verplicht een bedevaart of zelfs een kerkelijke ban of excommunicatie, de ergst denkbare straf want dan werd de zondaar uitgesloten en zou nooit in de hemel komen.
Als men iedere dag moest biechten, al van kleins af aan, zou er toch een moment moeten komen waarop men tot inkeer zou moeten komen, zo was de gedachte. En wie toch over de schreef was gegaan en het Vagevuur in het vooruitzicht had, kon aflaten kopen om korting te krijgen.
In de Sint-Servaasbasiliek staan zeven erg mooie biechtstoelen. Rijk versierd, typisch barok. Rond 1702 gemaakt door Daniël van Vlierden (Hasselt, 1651-1716). Ze stonden tot 1805 in de Dominicanenkerk.
Iedere biechtstoel is versierd met twee grote beelden van bijbelse figuren en heiligen. De uitbeeldingen hebben natuurlijk allemaal met zonden te maken. Zo zien we een wulpse Eva, ze heeft de appel in haar hand. Maar haar rondingen zijn niets dan ijdelheid, de man met de zeis zweeft al boven haar: memento mori. En een vrouw met tenhemelschreiend droevig hartzeer. Ook de koning ontkomt er niet aan. Kijk eens naar zijn kroon en z’n hermelijnen mantel: hij zal het achter moeten laten als hij voor de hoogste rechter staat. ’t Letste jèske heet gein tèske…
In de deurtjes van het middenstuk, dat voor de priester, zitten houtsnijwerkjes die strafwerktuigen uitbeelden. Zie de kat-met-negen-staarten en de roe.
Tussen de biechteling en de priester zit een deurtje, de priester kon het open en dicht doen. Aan des biechters kant met houtsnijwerk, het heeft de indeling van een kompas. Er doorheen kijken was nauwelijks mogelijk. De biecht was immers geheim.
Plotseling vielen me een paar dingen op. Alle figuren zijn blootsvoets. Barrevoetse boetedoening. Links van een van de beelden staat de woonplaats van Daniël van Vlierden, de maker van de biechtstoelen uit Hasselt. Of zijn naam daar ook staat, heb ik (nog) niet kunnen zien.
En wat heel bijzonder is: teksten. Met namen. Van pastoors van dorpen ten westen van Maastricht. We zien ondermeer R.D. Iacobvs Eyben, past in Svtendael, R.D. Ioannes Wylens(?), past. in Lanaken en R.D. Petrvs Brvyns, pastor in Neeroeteren. Ook bovenin de bekroning zitten namen en wapenschilden. Aangezien de biechtstoelen voor de dominicanen waren gemaakt, waren deze geestelijken misschien ook dominicanen. Misschien hadden ze financieel wel bijgedragen aan de bouw in ruil voor deze vermelding.
De barokke weelderigheid is natuurlijk ongelooflijk. Maar uiteindelijk: vanitas vanitatum, alles is ijdelheid.